
Na zes weken ophokken van mijn nieuwe asielkat Emiel, ontdekte ik dat hij geen angst kent. De buren hebben een waakse hond die vroeger voor de jacht op leeuwen gebruikt werd. Dan heb je een idee. Emiel rende voor het eerst naar buiten, hoorde hem blaffen en dacht: even gezellig kennismaken. Net op tijd wist ik hem van de schutting te plukken. Verder vermoed ik dat hij zonder opletten de straat oprent, rechtstreeks onder de wielen van een SUV. En dus kocht ik een kattentuigje. Waar hij zich binnen tien seconden uit wurmde. Strakker aantrekken hielp niet: het duurde gewoon wat langer voordat hij zich bevrijd had. Nóg strakker en zijn ogen zouden uitpuilen en dan schiet zo’n tuigje zijn doel toch voorbij. Er kwam een hondenharnas. Waarvan hij zich ook binnen no time wist te ontdoen. Het zit nu strak genoeg dat hij soepel kan bewegen en ademen, maar zich moeilijk kan bevrijden. Voor de zekerheid laat ik hem geen minuut alleen en hebben we samen het heen en weer in de tuin.
Ook bijzonder: mijn Houdini heeft smetvrees. Zodra ik hem geaaid heb, begint hij zich te poetsen alsof ik een halve vuilnisbelt over hem uitgesmeerd hebt. Ook inspecteert hij dagelijks de wc: pootje in de pot om de waterkwaliteit te controleren en daarna aflikken. Of hij neemt direct een slok. En dat snap ik dus niet.
